VACCINEREN

HOND

Puppies hebben in de eerste weken van hun leven afweerstoffen die ze via de moeder en uit de eerste moedermelk kregen. Hierdoor zijn ze in deze eerste periode beschermd tegen een aantal nare en/of zelfs dodelijke ziektes.
In de weken daarna verdwijnt deze bescherming meer of minder snel. Dit is dus een kwetsbare periode.
Daarom is het aan te raden uw puppie te laten vaccineren zodat het diertje zelf bescherming oftewel immuniteit kan gaan opbouwen.
Dit gaat volgens schema:

(meestal) bij de fokker: 6 weken hondenziekte / Parvo
bij de nieuwe eigenaar 8 a 9 weken minimaal Parvo en ziekte van Weil
12 a 13 weken hondenziekte / besmettelijke leverziekte / Parvo / ziekte van Weil
aan te raden 16 a 17 weken ziekte van Weil / Parvo

Wanneer uw puppie in contact gaat komen met andere honden (b.v. cursus, speelplaats, pension e.d.) is een vaccinatie tegen kennelhoest aan te raden.
Dit kan door middel van een injectie of een druppeltje in de neus.
Voor blijvende bescherming dient dit jaarlijks herhaald te worden.

Mocht Uw dier eventueel mee naar het buitenland gaan, is de vaccinatie tegen hondsdolheid (rabies) verplicht.
Deze kan vanaf 12 weken leeftijd. Uw dier mag dan 3 weken later mee de grens over.
Deze rabiesvaccinatie dient binnen 3 jaar herhaald te worden.

KAT

Jonge Kittens krijgen via de moeder en moedermelk (indien de moeder zelf gevaccineerd was) bescherming mee tegen katten- en niesziekte.
Deze bescherming verdwijnt echter in de weken / maanden na de geboorte.
U doet er dus goed aan uw kleine katje te laten vaccineren. Daarmee bouwt het diertje een eigen bescherming (immuniteit) op.
Dit kan vanaf een leeftijd van 8 weken.
Het eerste jaar dient twee keer gevaccineerd te worden, daarna is jaarlijkse hervaccinatie aan te raden.